Voortzetting van uw onderneming en die van uw klant

In de eerste plaats wilt u uw onderneming zo goed en zo kwaad als het kan voortzetten en dat uw klanten dat ook kunnen doen, terwijl u toch ook uw inkomsten zeker wil stellen. Een goede oplossing daarvoor is het leveren van uw producten bij uw klant door middel van consignatie.

Dat wil zeggen dat de producten op de locatie van uw klant worden afgeleverd en daar in consignatie blijven tot de klant voor een product betaalt en deze afneemt. Een vorm van opslag bij de klant dus waarbij de eigendom van de producten bij u blijft tot het moment van betaling. Het risico van het product gaat evenwel over op het moment van de feitelijke aflevering bij uw klant (die dan ook dat risico door middel van een verzekering moet afdekken met u als begunstigde), maar de eigendom gaat pas over na betaling van de koopprijs en de afname van het product door uw klant. Op die manier minimaliseert u uw risico voor het geval uw klant failliet gaat.  In een dergelijk  geval kunt u uw producten terug nemen, terwijl uw klant er door de consignatie zeker van is dat hij uw producten  heeft en deze kan verkopen. Deze oplossing kan worden vastgelegd in een  zogenaamde consignatie overeenkomst als aanvulling op uw bestaande overeenkomst met de klant.

Er bestaat wel een zeker risico, in het bijzonder in het geval van faillissement, dat de belastingdienst een zogenaamd bodembeslag heeft gelegd  op grond van artikel 22 Invorderingswet 1990.  In dat geval kan het zijn dat deze constructie niet werkt. Door het bodembeslag van de fiscus komt dat beslag namelijk ook te rusten op goederen van derden die zich op de bodem van de failliet bevinden. Snel bezwaar maken bij de belastingdienst is dan de enige optie en daarbij zal de belastingdienst  in veel gevallen de reële eigendom van derden ontzien, maar dat gebeurt zeker niet altijd.

Wat als u of uw leverancier de verplichtingen  uit een overeenkomst (tijdelijk) niet kan nakomen?

 In de eerste plaats dient dan te worden onderzocht of u uw eigen verplichtingen kunt opschorten op basis van de overmachtclausule in uw contracten/algemene voorwaarden. Als dat zo is, hoeft  u deze verplichtingen gedurende de overmacht situatie niet na te komen.

In de tweede plaats dient te worden onderzocht in de algemene verkoopvoorwaarden van de leverancier  en/of het contract met de leverancier  of de leverancier zich op goede gronden kan beroepen op de overmachtclausule.  Als dat zo is hoeft de leverancier zijn producten tijdens de overmachtsituatie niet te leveren.

De uitkomst van deze twee exercities wordt met name bepaald door de wijze waarop de overmachtsbepalingen zijn geformuleerd in de algemene voorwaarden en of het contract. Als u of uw leverancier er al een dergelijke bepaling in heeft opgenomen. Helaas zullen deze clausules niet altijd uitkomst bieden.

Indien u geen overmachtsbepaling heeft opgenomen of als de overmachtsbepaling voor de huidige crisissituatie geen uitkomst biedt, is er nog altijd een beroep op de wet mogelijk : artikel 6: 75 van het Burgerlijk Wetboek.

Een succesvol beroep op deze wettelijke bepaling of de contractuele overmachtsbepaling heeft tot gevolg dat (i) u (of uw leverancier) de verplichtingen uit de overeenkomst niet hoeft na te komen gedurende de overmachtsituatie , (ii)  geen schadevergoeding hoeft te betalen en (iii)  de verplichtingen uit de overeenkomst kan opschorten. Wel kan de overeenkomst in dat geval nog door de schuldeiser worden ontbonden op grond van artikel 6: 265 van  het Burgerlijk Wetboek , indien de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst dit rechtvaardigt.

Terwijl  een succesvol beroep op deze wettelijke overmachtsbepaling niet altijd mogelijk is,  biedt de wet nog een andere oplossing voor deze Corona crisis namelijk  een beroep op onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6: 258 van het Burgerlijk Wetboek .

Natuurlijk gaat u in gesprek met u contractspartij om een redelijke oplossing te vinden voor de problemen in deze barre tijden. Als u er na onderhandelingen met uw contractspartij niet uitkomt, kunt u de rechter verzoeken op basis van onvoorziene omstandigheden de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen of de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Dat kan alleen als de onvoorziene omstandigheden zodanig zijn dat van de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden verlangd dat de overeenkomst ongewijzigd in stand blijft. De Corona crisis lijkt een goed voorbeeld te zijn van zulke onvoorziene omstandigheden. Een verdeling van het nadeel tussen partijen 50/50 lijkt in dat geval een redelijk uitgangspunt te zijn.

In ieder geval zullen de onvoorziene omstandigheden door degene die zich hier op beroept aannemelijk moeten worden gemaakt voor de rechter en deze moeten gezien de economische omstandigheden van deze partij ook voldoende ernstig zijn om dit middel succesvol in te zetten. Dat lijkt in deze corona crisis voor veel ondernemers een reële mogelijkheid.

Conclusie

Er zijn voor uw acute problemen heldere en praktische oplossingen. De specialisten van  Forward Advocaten zijn u daar bij graag van dienst. U kunt voor een vrijblijvend gesprek contact opnemen met Jan van der Valk (j.vandervalk@forwardadvocaten.nl)

 

Spread the word. Share this post!

Vragen over dit artikel? Neem contact op met Jan van der Valk.