Tilburg transitievergoeding arbeidsrechtAdvocaat-generaal bij de Hoge Raad: werkgever mag dienstverband met langdurig arbeidsongeschikte werknemer niet tegen diens zin “slapend” houden

Op 18 september 2019 heeft de advocaat-generaal bij de Hoge Raad een conclusie, een gezaghebbend wetenschappelijk advies, uitgebracht in een zaak waarin de Hoge Raad binnenkort uitspraak gaat doen. In verreweg de meeste gevallen neemt de Hoge Raad zo’n conclusie over.

De zaak gaat over de zogenoemde slapende dienstverbanden. Een werknemer is langdurig wegens ziekte arbeidsongeschikt. Na twee jaar eindigt de verplichting voor de werkgever om het loon door te betalen en de werknemer verdwijnt feitelijk uit beeld. De werkgever kan dan een ontslagvergunning vragen – na twee jaar verschiet arbeidsongeschiktheid van kleur: van opzegverbod tot ontslaggrond – maar de werkgever doet dat niet, omdat hij dan aan de werknemer de transitievergoeding moet betalen.

De wetgever heeft inmiddels een regeling in het leven geroepen die maakt dat de werkgever een in deze omstandigheden betaalde transitievergoeding op het UWV kan verhalen, maar die treedt pas op 1 april 2020 in werking. In verschillende uitspraken hebben lagere rechters al uitgemaakt dat het in strijd met de eisen van goed werkgeverschap is om een dienstverband slapend te houden om zo onder de transitievergoeding uit te komen. Een van die zaken ligt nu bij de Hoge Raad.

De advocaat-generaal heeft nu de Hoge Raad geadviseerd om te beslissen dat het inderdaad in strijd met goed werkgeverschap is om dienstverbanden slapend te houden. Dat kan alleen anders zijn als daar een ander belang bij is dan het ontlopen van de transitievergoeding, bijvoorbeeld wanneer de kans aanwezig is dat de werknemer op korte termijn het werk kan hervatten. Binnenkort spreekt de Hoge Raad het laatste woord. Wij houden u op de hoogte.

Spread the word. Share this post!

Vragen over dit artikel? Neem contact op met Mark van der Schoor.